Aardpeer

5 oktober 2012.

DE AARDPEER.

De aardpeer hoort net als de zonnebloem tot de familie van de compositen.

De Latijnse naam is Heliantus tuberosis. Ook worden ze wel topinamboer of Jerusalem artisjok genoemd.

De naam aardpeer zou doen vermoeden dat ze lijken of smaken als de aardappel of de peer. Dit kunt u dus los laten, het lijkt op geen van beiden. De smaak is echt heel anders.

Even iets over de aardpeer.

Het groeit overal, maar op natte gronden verrot de aardpeer gemakkelijk. De plant bloeit in de  late herfst en geeft mooie kleine hardgele zonnebloemachtige bloemen. Wel na het snijden van de bloemen deze snel op water zetten, is de bloem eenmaal slap dan lukt het niet meer om deze mooi in de vaas te krijgen. De planten worden 2 meter hoog, dus een goed plek is achter in de tuin. Verlaten plekjes achterin de tuin zijn echt heel geschikt voor de teelt.

De oogst is in de late herfst. De knollen kunnen de gehele winter in de grond blijven zitten en kunnen 30 graden vorst hebben.

Vruchtwisseling is niet nodig en ook niet wenselijk. Namelijk er blijven altijd stukjes in de grond achter en die lopen in het voorjaar weer uit tot nieuwe aardperen, bij vruchtwisseling elk jaar zit je na verloop van tijd met de hele tuin vol met aardperen. Overigens zijn er veel mensen die de aardpeer als bloem in de tuin hebben zonder te weten wat voor goud ze in hun tuin hebben. Wil je deze als bloem in de tuin hebben dan moet je weten dat het blad in de herfst afsterft en dit dus opgeruimd moet worden. In het vroege voorjaar komen ze weer op.

De knollen zijn echt heel erg geschikt voor suikerpatiënten. (ook de pastinaak is goed voor deze doelgroep) De inuline is goed voor mensen met suiker. Dit is ook goed voor de darmen. Er zit weinig suiker in aardperen.

Ook zou aardperen een goede werking hebben op reuma en jicht.

Behalve inuline zit er in aardperen biogeen, calcium, ijzer en natrium. Ook bevat aardperen vele eiwitten. Een nadeel: het geeft daardoor nogal wat winderigheid, maar dat hebben meerdere groentes……..

Aardperen kun je gemakkelijk bewaren.  Op een vochtige koele plaats (maar niet afgesloten!) zijn ze tot april/mei te bewaren. Zoals gezegd kun je ze ook in de grond laten zitten en oogsten wat je nodig heb, maar indien het vriest heb je dan een probleem. Zijn ze weer ontdooit zijn ze weer te consumeren zonder enig smaakverlies.

Toen we de eerst keer aardperen kregen wisten we niet wat we met die rare misvormde knollen konden doen. Ze leken wel wat op gemberknollen. Nu maken we er heerlijke soep van, rauw kunnen ze in de sla en in de roerbak zijn ze onmisbaar. Ook zijn ze gebakken heel lekker met champions, uien en warme kaas. Nadat ze afgeborsteld zijn kunnen ze geconsumeerd worden. Wij  vinden de smaak iets van walnoten hebben. De oogst is over het algemeen goed, zeker als ze op plekken geteeld worden waar anders niets kan groeien.

De aardperen zijn met zaad te vermenigvuldigen, maar dit is omslachtig en is mooi om andere soorten te kweken. De wijze bij ons om te vermeerderen is vegetatief, dat wil zeggen zonder bevruchting, zonder zaad. (aardappel dus ook). Dus de knol plant je in het voorjaar op 10 cm diepte in de grond. Wel is het van belang om ze in de zomer voldoende water te geven zodat er geen groeistop optreed.

Er zijn diverse soorten en kleuren.

Zo zijn sommige wit, maar ook rode en gele. Ik teel alleen de witte.

Enige bekende soorten zijn: Bianca, rozo,  French inprove, topiankafusegu.

Ik hoop dat u dit informatief vindt.

Ik ben echt helemaal om en teel met veel plezier de aardpeer.

Uw gelegenheidsschrijver en mede hobbytuinder.

 

 

This entry was posted in Van onze reporter. Bookmark the permalink.